Collageen is een lichaamseigen eiwit. Het is zelfs het meest voorkomende eiwit in je lijf. Je vindt het onder andere in je huid, botten, pezen, kraakbeen, bloedvaten en bindweefsel. Het zorgt voor samenhang, structuur en stevigheid.
Het 'lijm' voor je lijf
Het woord collageen komt van het Griekse ‘kólla’, wat lijm betekent. Dat is geen toeval. Collageen houdt letterlijk alles bij elkaar.
Collageen vormt de vezelstructuur van onze weefsels. Het is een hoofdbestanddeel van de huid, spieren en gewrichten en bepaalt voor een groot deel de opbouw van deze weefsels.
Verschillende types collageen
Er zijn meerdere types collageen, maar drie daarvan komen het meest voor:
- Type I: de sterkste vorm, zit in huid, pezen, botten en bindweefsel
- Type II: vooral aanwezig in kraakbeen
- Type III: bevindt zich in de wanden van organen en bloedvaten, en in de huidstructuur.
Type I is het meest gebruikt in supplementen, vooral bij collageen uit vis of rund.
Je lichaam maakt het zelf aan
Je lichaam maakt zelf collageen aan, zolang er voldoende bouwstoffen beschikbaar zijn. Denk aan eiwitten, vitamine C en bepaalde aminozuren. Maar vanaf je 25e neemt die aanmaak geleidelijk af.
Dat is waarom veel mensen op latere leeftijd extra collageen willen aanvullen, via voeding of supplementen.
Waar zit collageen in?
In je voeding vind je collageen vooral in:
- Bottenbouillon of bouillon van kip of rund
- Gelatine (afkomstig uit dierlijke bindweefsels)
- Vette vissoorten met graten of huid
- Collageensupplementen (zoals poeder, vloeibaar of capsules)
In plantaardig voedsel zit géén collageen. Wel stoffen die de eigen collageenaanmaak kunnen ondersteunen, zoals vitamine C uit groenten en fruit.