Naarmate de zwangerschap vordert, verandert wat het lichaam nodig heeft. Het eerste trimester vraagt om een stevige voedingsbasis voor de vroege orgaanvorming. In het tweede en derde trimester groeit de baby snel en stijgt de behoefte aan specifieke stoffen verder.
DHA: De inname van DHA door de moeder draagt bij tot de normale ontwikkeling van de hersenen en ogen bij de foetus. Het Voedingscentrum adviseert zwangere vrouwen die geen of weinig vis eten een dagelijkse aanvulling van 200 mg DHA extra bovenop de aanbevolen dagelijkse inname van 250 mg DHA en EPA.
Calcium: De Gezondheidsraad stelt een hogere norm vast voor calcium vanaf de twintigste week van de zwangerschap. Calcium is in die fase nodig voor de botopbouw van het kind. De dosering die daarvoor nodig is, past vaak niet in een zwangerschapsmulti, waardoor een los supplement nodig kan zijn.
Jodium: zit voornamelijk in gejodeerd zout en brood. Wie weinig brood eet of zout zonder jodium gebruikt, krijgt al snel onvoldoende binnen. De Gezondheidsraad noemt jodium als stof waarvoor suppletie tijdens de zwangerschap relevant kan zijn, zeker bij een plantaardig of broodarm dieet.
Vitamine B12: Voor zwangere vrouwen geldt een aanbevolen inname van 3,3 mcg per dag, hoger dan de 2,8 mcg voor niet-zwangere vrouwen. Voor vrouwen die plantaardig eten is suppletie vrijwel altijd noodzakelijk, omdat B12 uitsluitend in dierlijke producten voorkomt.
Zink: De Gezondheidsraad stelt voor zwangere vrouwen een hogere norm vast voor zink dan voor niet-zwangere vrouwen. Via een gevarieerd dieet met vlees, noten en volle granen wordt een deel gedekt, maar de verhoogde behoefte wordt niet altijd volledig gehaald.