Haar verandert mee met wat er in het lichaam gebeurt. Bij vrouwen is die wisselwerking sterker dan bij mannen omdat oestrogeen, progesteron en andere hormonen direct invloed hebben op de haarcyclus. Die invloed verschilt per levensfase.
Zwangerschap
Tijdens de zwangerschap stijgen oestrogeenspiegels significant. Oestrogeen verlengt de anageenfase, de actieve groeifase van het haar.
Daardoor valt er minder haar uit dan normaal en voelt haar in de zwangerschap vaak voller en dikker aan. Dat is geen blijvende verandering maar een tijdelijk hormonaal effect.
Postpartum
Na de bevalling dalen oestrogeenspiegels snel. De haarfollikels die tijdens de zwangerschap verlengd in de anageenfase zaten, gaan vrijwel tegelijk de telogenefase in.
Dat resulteert in een periode van verhoogde haaruitval, meestal tussen de drie en zes maanden na de bevalling.
Dit is een normaal fysiologisch proces dat vanzelf stabiliseert naarmate de hormoonspiegels herstellen.
Menopauze
Rond de menopauze daalt oestrogeen structureel. Dat heeft ook effect op de haarcyclus: de anageenfase wordt korter en de haarfollikel kan dunner worden.
Tegelijkertijd neemt de verhouding tussen oestrogeen en androgenen zoals DHT toe, wat bij sommige vrouwen leidt tot vergelijkbare patronen als bij mannen.
Bouwstoffen voor haar
Keratine is het belangrijkste structuureiwit in haar. Voor de aanmaak van keratine heeft het lichaam specifieke aminozuren nodig, waaronder L-cysteïne, L-lysine en L-arginine. Deze aminozuren zijn onderdeel van het Haar Complex Vrouw.
Silicium is een mineraal dat van nature voorkomt in het lichaam en aanwezig is in weefsels zoals haar, huid en nagels.