Een cyclus van 21 tot 35 dagen is normaal. Maar wanneer de lengte sterk wisselt van maand tot maand, of de menstruatie regelmatig uitblijft, is er meestal iets wat de hormonale aansturing verstoort. De oorzaak is zelden enkelvoudig.
Hieronder de factoren die het vaakst een rol spelen.
1. Stress
Chronisch verhoogd cortisol heeft een directe remmende werking op de aanmaak van geslachtshormonen. Het lichaam maakt een fysiologische keuze: bij aanhoudende stress krijgen overlevingsfuncties voorrang boven reproductie. Dat kan de ovulatie vertragen, verschuiven of in sommige gevallen volledig onderdrukken.
Het gevolg is een langere cyclus, een uitblijvende menstruatie, of een cyclus die van maand tot maand sterk wisselt in lengte. Wat het verraderlijk maakt: de effecten treden vaak met vertraging op, weken nadat de stressperiode zijn piek had.
2. Gewicht
Vetweefsel is hormonaal actief. Te weinig vetweefsel betekent dat het lichaam onvoldoende signalen krijgt om de ovulatie in stand te houden. Bij een te laag lichaamsgewicht of een te laag vetpercentage kan de cyclus onregelmatig worden of uitvallen.
Aan de andere kant zet overgewicht testosteron om in oestrogeen via aromatisering. Een verhoogd oestrogeenniveau verstoort de verhouding tussen hormonen die de cyclus aansturen, wat kan leiden tot langere of onregelmatige cycli.
3. Schildklier
De schildklierhormonen en de voortplantingshormonen staan niet los van elkaar. Een onderactieve schildklier verhoogt prolactine, een hormoon dat de ovulatie kan remmen. Een overactieve schildklier verstoort de verhouding tussen oestrogeen en progesteron.
In beide gevallen heeft dat een directe invloed op de regelmaat van de cyclus. Schildklierproblemen worden in de context van menstruatieklachten vaak laat herkend, omdat de symptomen overlappen met andere oorzaken.
4. Intensief sporten
Bij vrouwen die veel en zwaar trainen kan de energiebeschikbaarheid zo laag worden dat het lichaam de hormonale aansturing van de cyclus terugschroeft. Dit staat bekend als de vrouwelijke atleettriade: een combinatie van lage energiebeschikbaarheid, verminderde botdichtheid en een verstoorde cyclus.
Het treedt niet alleen op bij topsporters. Ook recreatieve sporters die structureel meer verbranden dan ze binnenkrijgen kunnen hiermee te maken krijgen.